Werken op De Korenschoof; hoe werkt dat?

“Ik vind het prachtig als een kind mij soms ineens aankijkt en naar me lacht.  Dat ik merk dat hij blij is dat ik er ben.” Aan het woord is Chantal, begeleider en teamleider op de groep meervoudig complex gehandicapten (MCG) op onze Zorgboerderij. “Dat wezenlijke contact met de kinderen maakt mijn werk zo mooi. Ik kijk of ze zich nog kunnen ontwikkelen en probeer ze uit te dagen. Voor een deel vervang ik hun gezin en bouw een band met ze op. Ik vind het fijn dat ik echt iets voor hen kan betekenen.”

Ooit leek Chantals toekomst op werkgebied een andere kant op te gaan. “Ik begon aan de HBO-V opleiding omdat ik graag in het ziekenhuis wilde werken” vertelt ze. “Maar die opleiding was zó anders dan ik had gedacht. Heel veel theorie en weinig stage waarin ik bijna niks mocht. Ik begreep gewoon niet hoe die opleiding bij zo’n praktijkberoep kon passen. Na dat eerste jaar stopte ik want dit was het niet voor mij. Ik twijfelde over wat ik dan wél wilde doen. Toevallig ging ik in die periode met mijn broer mee naar De Losserhof, een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Daar keek ik mijn ogen uit en dacht ‘wat is dit? Wat gebeurt hier allemaal?’ Op dat moment merkte ik dat deze vorm van zorg mij heel erg aansprak. Ik solliciteerde bij een instelling en werd leerling zwakzinnigenzorg, dat heette toen zo. Ik werkte en ging elke twee maanden een week naar school. Na afronding van mijn opleiding heb ik daar negentien jaar gewerkt en had het heel erg naar mijn zin.”

Hoeveel veranderingen heb jij in die negentien jaar meegemaakt in de zorg?
“Heel veel” antwoordt Chantal. “In de zorg verandert de visie zo om de vijf jaar. Soms werd het daardoor beter, maar ik merkte ook regelmatig dat ze na vijf jaar weer terugschakelden naar het systeem van een eerder moment omdat het nieuwe niet bleek te werken. Eerst kwamen er steeds meer lagen; een teamleider, manager en algemeen directeur. Daarna moesten we ineens weer zelfsturend zijn, maar dat bleek dat ook geen oplossing en dan kwam er toch weer een manager. Het kostte allemaal vooral veel geld. Ik werd er wel flexibel van maar ook een beetje sceptisch. Kreeg zo’n houding van ‘daar gáán we weer’. Bovendien werd alles besloten op managementniveau terwijl de managers daar geen idee hadden wat er op de werkvloer speelde. Er was weinig contact, ons werd nooit iets gevraagd.”

“Op een gegeven moment kreeg ik een onrustig gevoel. Zo van ‘is dit het nou? Wil ik dit nou blijven doen tot mijn vijfenzestigste? Er moet toch meer zijn!’ Ik solliciteerde en heb toen drie jaar gewerkt met een groep licht verstandelijk beperkte jongvolwassenen. Zij woonden vrijwel zelfstandig en gingen naar dagbesteding of werk. Ik begeleidde hen bij het structuur geven, maar ook bijvoorbeeld bij de was doen en het eten koken. Op het moment van de grote verandering waarbij de zorggelden vanuit gemeente moesten komen ontstond daar financiële onzekerheid. Daardoor kon ik geen vaste aanstelling krijgen.”

Start op De Korenschoof
“In die periode zag ik een vacature van De Korenschoof voor een verpleegkundige met ervaring. Ik had eerder een Zorgboerderij gezien en dat vond ik heel leuk. Ik werd aangenomen als begeleider van zowel Jeugdzorg als MCG. In die tijd was die begeleiding nog niet gescheiden. Er was zo’n dertig man personeel en ons zorgaanbod bestond uit dagbesteding, het medisch kinderdagverblijf en logeren. Daarvoor hadden we toen elf slaapkamers.  Tien boven en één beneden voor kinderen in een rolstoel.”

“Een jaar later werden de plannen voor wonen op De Korenschoof concreet. Ze vroegen mij toen om naast groepsbegeleider ook teamleider te worden voor de MCG. Dat doet ik samen met mijn collega Linda en dat loopt erg goed. We hebben intensief contact.  Ik werk het grootste deel van mijn uren als groepsbegeleider en reserveer een paar uren voor mijn taken als teamleider. Voordat mijn late dienst begint werk ik dan een paar uur op kantoor. Die combinatie werkt perfect voor mij. Het bevalt heel goed.”

Wat is het grootste verschil tussen je vorige banen en werken op de Korenschoof?
“Oh” verzucht Chantal “die vrijheid die ik heb! Dat Anouk ons heel veel vrijheid geeft. Ik vind het fijn dat ik echt tijd kan maken voor de kinderen en gewoon de bus kan pakken om spontaan even met ze weg te gaan. Anouk vindt het prima als je dat doet en van alles onderneemt met de kinderen. Daarvoor hoef ik me ook niet tot in detail te verantwoorden.”

“Ik meld het gewoon van tevoren als we naar het tuincentrum gaan of pannenkoeken willen eten na de wekelijkse zwemochtend. In redelijkheid is er veel mogelijk. Daarnaast mogen we als groep één keer per maand een vast bedrag pinnen. Dat kunnen we vrij gebruiken om bijvoorbeeld een ijsje te halen met de kinderen. En daarnaast bedenken we ook uitjes die weinig of niets kosten zoals een stukje rijden met de bus.”

“Bij mijn vorige werkgevers kon dit helemaal niet. Daar zat ik vast aan het dagprogramma en moesten cliënten op vaste tijden overal naartoe. De fysiotherapeut komt hier wel op donderdagochtend, maar daarna kun je gaan en staan waar je wil. Ik zit hier niet in zo’n vast stramien dat alles om acht uur ’s ochtends spik en span moet zijn. Als een van onze kinderen bijvoorbeeld even lekker in bed wil blijven liggen, nou prima. We hebben wel het uitgangspunt dat om negen uur ons dagprogramma begint, maar het is geen probleem als dat eens wat anders loopt. Op De Korenschoof heb ik niet het gevoel dat ze constant bovenop me zitten. Ik heb de ruimte om naar de kinderen te kijken. Te voelen hoe hun dag is en daar pas ik me op aan. Dus als zij een slechte dag hebben, dan kies ik wat het beste is  omdat ik weet wat voor hen het beste werkt.”

Denken in mogelijkheden
“Wat ik ook een groot verschil vind is dat De Korenschoof altijd in mogelijkheden denkt” zegt Chantal. “Wij stimuleren de ontwikkeling van de kinderen uit onze MCG groep, want met de juiste benadering en begeleiding kunnen ook zij iets bereiken. Daarom werken wij met hen aan leerdoelen en organiseren wij schoolse activiteiten rondom een maandelijks wisselend thema. Maximaal een uur per dag want de concentratieboog van onze kinderen is laag. We gaan bijvoorbeeld knutselen, knippen, plakken, tellen en we lezen boekjes die passen bij het thema. We houden bij de activiteiten rekening met hun leeftijd en interesse. Natuurlijk werken wij ook aan het bevorderen van de zelfredzaamheid zoals zelf wassen en tandenpoetsen. En in samenwerking met de fysiotherapeut en logopedist onderhouden en verbeteren wij de mobiliteit en stabiliteit van onze kinderen. Daarvoor gebruiken we de middelen die we hebben op de boerderij. We lopen bijvoorbeeld over het erf met verschillend ondergronden en we gebruiken de obstakels van onze speeltuin. Ik vind het prachtig om te zien hoe onze kinderen in kleine stapjes vooruit gaan!”

Wanneer is jouw werkdag geslaagd?
“Als ik de kinderen een leuke dag heb gegeven. Als ik ook op hun mindere momenten net dat beetje extra heb kunnen doen. Er voor ze kon zijn. We bootsen hier zo goed mogelijk de gezinssituatie na en geven warmte, structuur en veiligheid. Als ze dan heerlijk bij mij komen zitten en een arm om me heen slaan geeft me dat een fijn gevoel. Maar ook als de kinderen op momenten laten merken dat ze juist helemaal niet blij zijn met mij is mijn werkdag geslaagd. Want juist dát betekent dat ze zich bij mij veilig en vertrouwd voelen. Dan ben ik blij om te merken dat ik dat bij hen heb bereikt.”